Standaard F.C.I. Nr: 310
Nationaliteit: Peru
Publicatiedatum van de originele standaard: 12 juni 1985
Gebruiksdoel: gezelschapshond

F.C.I. classificatie:
Groep 5 (spitzen en oertypen)
Sectie 6 (oertypen)
Geen werkproef

Karakter:
Zachtaardig en aanhankelijk voor degene die hij kent, maar altijd levendig en alert. Wantrouwend naar vreemden en een goede waakhond.
Algemeen voorkomen:
De honden hebben een slank en elegant voorkomen en geven de indruk van kracht en harmonie zonder grof te zijn. Het ontbreken van haar op zijn gehele lichaam is een fundamenteel karakteristiek punt van het ras. Een ander interessant punt is het gewoonlijk ontbreken van een compleet gebit. Over het algemeen zacht en voorzichtig met degene die hij kent, gereserveerd naar vreemden. Slim en alert van nature en een goede waakhond.

Verhoudingen:
De hoogte-lengte verhouding dient 1:1 te zijn, het lichaam van de teef mag een fractie langer zijn dan dat van de reu.

Hoofd
De schedel :
De schedel is wolfachtig van vorm. Mesophaal (ligt tussen brachycephaal (doggen) en dolichocephaal (windhonden) in.) De lijn van de neusrug tot aan de stop moet evenwijdig zijn aan die van de bovenkant van de schedel. Een kleine afwijking hiervan is toegestaan.
De schedel is van bovenaf gezien breed en steeds smaller wordend naar de neus.
De bovenste wimperbogen zijn matig ontwikkeld.
De achterhoofdskam is niet erg aanwezig.
De stop is zeer matig (ongeveer 140°).

Het aangezicht:

Neus:
De kleur van de neus moet in overstemming zijn met de huid.

Voorsnuit:
Rechte wangen en lippen. Lippen zo strak mogelijk en vast aan het tandvlees.

Kaaklijn:
Normaal ontwikkeld. Onderkaak licht ontwikkeld.

Tanden:
De snijtanden moeten scharen en de hoektanden moeten normaal ontwikkeld zijn. Afwezigheid van één of alle premolaren en molaren is toegestaan.

Ogen:
Alerte en intelligente uitstraling. Normale grootte, licht amandel vormig. Niet diep in de kassen, noch uitpuilend. Goed geplaatst, niet te dicht en niet te ver uit elkaar.
De kleur varieert van zwart, bruin tot gelig, getint in de huidskleur. In alle gevallen moeten de ogen beide dezelfde kleur hebben. De oogleden mogen gekleurd zijn van zwart tot roze. Lichte kleuren zijn toegestaan op lichtgekleurde honden maar donker verdient de voorkeur.

De oren:
Staand wanneer de hond alert is, rustend naar achteren in rust. Gemiddeld grote oren, breed aan de basis en langzaam smaller worden tot een bijna gepunte top (kaarsvlamvorm).
De aanzet ligt op het bovengedeelte van de schedel en eindigt hellend aan de zijkant. De oor-assen kunnen, bij rechtopstaande oren, onderling van hoek verschillen, de 90° benaderend.

Nek:

Toplijn:
Gewelfd (convex). Ongeveer dezelfde lengte als het hoofd.
Vorm:
De hals wekt de indruk van een ingekorte kegel. Flexibel en met goede bespiering.
Huid:
Fijn, zacht en flexibel. Vastzittend aan het bindweefsel. Geen keelhuid.

Lichaam
Mesomorph

Toplijn:
Recht, maar sommige exemplaren hebben een zichtbare ruggenwervel die verdwijnt aan de achterkant. De schoft is niet geaccentueerd.

Rug:
Recht profiel met goed ontwikkelde rugspieren die vaak een gespierd geheel vormen over het dorsale en lumbale deel.

Lende:
Sterk en gespierd. De lengte is ongeveer 1/5e van de schofthoogte.

Croupe:
Bovenprofiel licht convex. De croupe maakt een hoek met de horizontale lijn van ongeveer 40°.
De solide, gespierde vorm toont een goede aandrijvende kracht.

Borst:
Een goede wijdte gezien vanaf het front, smaller wordend naar de elleboog. De ribben moeten ligt gebogen zijn, nooit vlak. Gemeten achter de elleboog moet de borstomvang ongeveer 18% meer zijn dan de schofthoogte.

Beneden profiel:
Gevormd door een elegante goed zichtbare lijn, beginnend aan het laagste punt van de borst en eindigend bij de buik die ingetrokken moet zijn. De buiklijn dient goed af te tekenen zonder overdrijving.

Staart:
De staart moet laag ingeplant zijn. Dik aan het begin en dunner wordend tot de punt. In actie mag de staart omhoog krullen maar nooit over de rug. In rust hangt de staart naar beneden in een boogje met de punt omhoog gericht. Soms mag de staart naar de buik gedragen worden. De staart reikt tot de hak en moet intact zijn.
Voorhand:
Goed in overeenstemming en aangesloten met de romp; van het front gezien perfect aangesloten, de ellebogen niet uitstekend. Van de voorkant gezien moeten zij recht en goed in evenwicht zijn. De schouderbladopperarm hoek mag variëren tussen 100° en 120°. Van de zijkant gezien is de hoek tussen de middenhand en de horizontale lijn tussen 15° en 20°. De voeten zijn lang, gelijkend op een hazenvoet. De voetkussens zijn sterk en hitteresistent.
De vliezen tussen de tenen zijn goed ontwikkeld (zwemvliezen). Bij voorkeur hebben zwarte honden zwarte nagels en lichte honden lichte nagels.

Achterhand:
Afgeronde en flexibele spieren. De bil loopt duidelijk in een ronding. De staartbeen-bovenbeenhoek varieert tussen de 120° en 130°. De hoek van het dijbeen en het scheenbeen maakt 140°. De voeten van de achterbenen hebben dezelfde vorm en structuur als de bovenbenen. Van achteren gezien moet alles in evenwicht zijn. Wolfsklauwen achter moeten verwijderd worden.

Gangwerk:
Door de bovenvermelde hoekingen en structuren moet de hond korte snelle pasjes nemen. Tegelijkertijd is het gangwerk gelijkmatig en flexibel.

Huid:
De gehele huid is zacht en soepel. Het kan bijna circulaire en concentrische lijnen op het hoofd en rond de ogen vormen. De interne en externe temperatuur is bewezen dezelfde temperatuur als die van andere rassen. Deze haarloze hond voert hitte direct af, in tegenstelling tot andere honden die hun hitte door hun vacht afgeven.

Beharing:
De naakthond heeft geen vacht. Een klein beetje haar op het hoofd, de voeten en het puntje van de staart is toegestaan. Evenals een enkele haar op de rug. Het haar mag varieren van kleur van zwart op zwarte exemplaren tot dof zwart, olifantzwart, blauwzwart, alle grijstinten, donkerbruin tot blond. De kleuren op elk deel van het lichaam mogen uniform zijn of met roze vlekken.

 
Grootte en gewicht:
Reu en teef mogen de volgende maten hebben:

Klein: 25 -40 cm
Middel: 40-50 cm
Groot: 50 - 65 cm

Gewicht in relatie tot hun hoogte:

Klein: 4-8 kg
Middel: 8-12 kg
Groot: 12-25 kg


Vertaling: Sonja Kolijn
Redigeren: Suzan Greijdanus
Fouten en diskwalificaties:
Alles afwijkend van de bovengenoemde punten moet als een fout opgemerkt worden en bestraft afhankelijk van de ernst van deze fout.
Fouten: wolfsklauwen (achter) en semi staande oren.

Diskwalificaties:
haargroei op andere plaatsen dan beschreven in de standaard
overmatige haargroei op wel toegestane plaatsen
ondervoorbijtend of bovenvoorbijtend
afwijkingen van de onderkaak
albino's
hangende of gecoupeerde oren
aneurysme, brachyeurisme, gecoupeerde staart
NB: de reuen moeten twee normale testikels in het scrotum ingedaald.